Openbaringspreek 2020
Saint-Charles Borromée Antwerpen

Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik

 

Beste Broers en Zussen,

Tijdens de kerstnacht heeft de Heer zich geopenbaard aan de herders, deel van het volk Israël, ook al behoorden ze tot een van de meest geminachte bevolkingsgroepen. Zij waren de eersten die wat warmte brachten in die koude stal van Betlehem. Nu komen er magiërs uit het verre oosten en ook zij mogen dat kind zien.

De herders en de magiërs, die zo van elkaar verschillen, hebben iets gemeenschappelijks: de hemel. De herders komen niet in beweging omdat ze zo goed zijn, maar omdat ze niet langer naar zichzelf kijken, maar hun blik op de hemel richten om de engelen te zien. Ze horen hun stem en doen wat zij hun gezegd hadden. De magiërs op hun beurt, die een andere, rechtvaardigere wereld verwachten, richten hun blik op de hemel en zien een ster. Zij sporen ons aan, om opnieuw de vreugde te ontdekken om op de ster te vertrouwen. Het is de ster van het evangelie, het woord van de Heer, zoals de psalm zegt: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten” (Ps 119, 105). Dit licht leidt ons naar het kind. Als we niet luisteren naar dit woord, het niet lezen, er niet over mediteren, als we niet proberen om het in praktijk te brengen, kunnen we Jezus niet ontmoeten.

Als de magiërs een ster volgen, betekent dat, dat ze ‘s nachts lopen. Het is moeilijk om je weg te vinden door de nacht. Gisteravond had ik de gelegenheid om een nachtwandeling te maken met enkele jongeren ; ik begreep dat je iemand nodig hebt om je te begeleiden en te verlichten, anders struikel je, of raak je de weg kwijt. Maar het is mooi om iemand te volgen die een licht bij zich heeft, die een ster voor ons is. Het laat ons zien dat we in ons leven soms in duisternis verkeren, in moeilijkheden; we weten niet waar we naartoe gaan. Maar anderen leiden ons en het woord van God verlicht ons en wijst ons de weg.

De Magiërs komen uit het Oosten, het zijn heidenen. Ze symboliseren mensen van alle naties en, vooral de wijzen en zoekers van God, uit alle delen van de mensheid. Zij manifesteren de universele waarde van deze koning van de Joden, Jezus van Nazareth.

De magiërs bereiken de plaats waar Jezus verblijft door de ster te volgen. En ze “zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het”. Waarschijnlijk is het de eerste keer dat ze voor iemand op hun knieën neervallen. Maar nu zij verder kunnen kijken dan zichzelf, herkennen zij in dat kind de Redder. Samen met Maria, met Jozef en met de herders hebben ook de magiërs begrepen dat de redding erin bestond en nog bestaat om in het eigen hart dat zwakke en weerloze kind welkom te heten, en met Hem alle zwakke en weerloze mensen, ook die van nu.

De magiërs brengen geschenken: goud, wierook en mirre. Mirre is goed voor de gezondheid, wierook ruikt goed, goud is kostbaar. Het zijn symbolen van vriendschap: vriendschap is goed voor de gezondheid, ze ruikt goed, ze is kostbaar. Dat hebben we gezien bij onze kerstmaaltijden en onze liturgieën.

De reactie van Herodes en van de inwoners van Jeruzalem is heel anders als die van de Magiërs. Zodra zij weet hebben van het kind voelen ze geen vreugde zoals de magiërs en de herders, maar worden ze integendeel verontrust en Herodes zelfs in die mate dat hij besluit het kind te laten doden. Het zijn nu de magiërs die het kind redden en Hem aan de wreedheid van Herodes onttrekken. Die wijzen gaan langs een andere weg naar hun land terug, schrijft de evangelist.

Als je de Heer ontmoet en Hem in je hart ontvangt, blijf je niet dezelfde en kun je niet je weg van altijd voortzetten. Je verandert van leven en daarmee ook van gedrag. De magiërs staan vandaag naast ons, beter, ze lopen voor ons uit, om ons te helpen, om onze blik van onszelf af te wenden en op de ster te richten. Zij gaan ons voor, om ons te leiden naar de vele voerbakken van deze wereld waar de armen en de nederigen liggen. Gelukkig zijn wij als we samen met de herders en met de magiërs pelgrims worden op weg naar dat kind en met liefde voor Hem zorgen. Wij zullen ontdekken dat Hij het zal zijn, die voor óns zorgt! Amen! Alleluia!

† Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik.